Inleiding

Aan het begin van de 20e eeuw was in Nederlands-Indië een samenleving ontstaan met goed opgeleide (Indo-) Europeanen. Het ging in de regel vrij goed met veel van deze mensen. In de cultures werd geld verdiend aan olie, rubber, suiker en tabak en deze sectoren waren goed voor arbeidsplaatsen. In 1910 werden de laatste echte oorlogshandelingen verricht waardoor het KNIL steeds meer politionele taken kreeg. De overheid ging zich meer richten op de ontwikkeling van de archipel en haar bevolking met het aanleggen van een goede infrastructuur en het stimuleren van scholing. Men sprak regelmatig over alle 'goede verrichtingen' van Nederland in Nederlands-Indië en dit niet in de laatste plaats als tegengeluid op anti-koloniale sentimenten. Geluiden die met een steeds beter geschoolde bevolking steeds vaker werden gehoord. Vanaf de Tweede Wereldoorlog was het uiteindelijk op meer manieren gedaan met het vredige bestaan in Indië. 

De eerste jaren van Willy's jeugd bracht hij door op de domeinen van twee suikerfabrieken van de Handelsvereniging Amsterdam waar zijn vader werkte als snijvelder (opzichter). Willy leerde dit beroep van zijn vader en werd in eerste instantie zelf snijvelder en daarna weegbrugger. Hij volgde een technische opleiding na zijn lagere school. In 1929 diende Willy als dienstplichtige enkele maanden bij het 15ebataljon infanterie tot hij met verlof ging. Vanaf dat moment ging het slechter in de suiker en begon hij een taxibedrijfje. Willy verhuurde ook auto's. Vrij snel daarna werd hij scheepsmonteur bij de marine in Soerabaja.

In 1936 tekende Willy voor zes jaar bij het KNIL. Hij werd soldaat bij de cavalerie. De cavalerie was op dat moment net in transitie van paarden naar gemotoriseerde voertuigen en Willy had waarschijnlijk ervaring met beide. Uit een bericht in de Indische Courant maken we op dat hij een vrij behendige ruiter was. Hij won namelijk een wedstrijd waarin te paard een stoelendans gehouden werd. De ruiter diende dan van zijn paard af te springen op een stoel. De auteur van dit werk kan zich geen voorstelling maken van hoe dat eruit moet hebben gezien, maar dat het vermakelijk was is duidelijk. Naast het rijden leerde Willy ook hoe hij radio’s moest bedienen en in 1940 behaalde hij zelfs nog een kaderopleiding zodat hij op termijn (onder-)officier kon worden. Aan het einde van de jaren ’30 was de cavalerie volledig over op wagens en bestond Willy's 2eeskadron uit 22 jeeps, 3 pantservoertuigen, 1 commandowagen en 4 à 5 verkenningsvoertuigen (White Scout Cars). Het eskadron telde 200 cavaleristen bewapend met M95 Karabijn en geblauwde cavalerie sabel M1905. Hun barakken waren gelegen in de buurt van Bandoeng.

WILLY

Hendrikus William Jacobus (Will, Willy) Harings werd geboren 1912 in het hospitaal te Djatiroto op Java in Nederlands-Indië. Hij was de enige zoon van Jacobus Harings en Carolina Gratia Christina Vos. Vader was een trotse man en een heuse ijzervreter die vijftien jaar gediend had onder het KNIL. Het Atjeh- en het Lombokkruis getuigden van zijn moed en trouw. Hij was geboren in Leeuwarden en tekende in 1883 bij het KNIL. Willy's moeder was geboren in Modjokerto op Oost-Java.

Cavalerie te paard en gemotoriseerd. Bandoeng 1940.

Voetbal

Willy was een sportman en hij kon erg goed voetballen. Java kende in die tijd verschillende voetbalbonden en competities. Willy speelde ondermeer voor Javaanse voetbalclubs als T.H.O.R. en H.B.S., maar ook voor de regionale bondselftallen Soerabaja en Oost-Java en voor de internationale Nederlands-Indische Voetbal Bond dat uitkwam in het Oranje. Willy’s bijnaam op het veld was “Kakap”, dat “zeevis” betekende in het Maleis en dat natuurlijk naar zijn achternaam verwees.

Hij begon zijn voetbalcarrière in Kediri bij de gelijknamige voetbalclub. Hier speelde hij in elk geval al sinds 1930, maar waarschijnlijk al vanaf zijn jeugd en heeft hij hier het voetballen geleerd. Het was één van de lokale clubs in de plaats waar de Haringsen woonden.

Op 5 december 1932 maakt hij zijn debuut in de eerste klas bij voetbalclub T.H.O.R. in Soerabaja. Deze afkorting stond voor Tot Heil Onzer Ribbenkast, wat ooit een leus was geweest van een Nederlandse sociale beweging. De bijnaam van het elftal was de “Dondergoden”. Willy maakte zich meteen erg belangrijk want hij scoorde het enige doelpunt. We vonden een verslag in de Indische Courant dat een prachtig beeld schets van deze competitie:

Excelsior I – T.H.O.R. I 0-1

"Tot groote teleurstelling van den talrijken Excelsior-aanhang is de laatste wedstrijd van de Rood-witten op een nederlaag uitgelopen, en hiermede een bijna zeker kampioenschap voorlopig van de baan. Weliswaar zijn de kansen van Excelsior nog lang niet verkeken, maar de beslissing is thans niet meer in eigen hand. Lijdelijk dient te worden afgewacht wat H.B.S. in haar drie nog resteerende wedstrijden zal presteeren. En de “Kraaien” zullen er natuurlijk alles op zetten om het kampioenschap naar hun nest te slepen. De spanning in de eerste klas blijft er dit jaar wel lang in. Zeer waarschijnlijk zal eerst de laatste wedstrijd de beslissing brengen.

Een zeer talrijk publiek was opgekomen om van dezen wederom als “beslissings-wedstrijd” aangekondigden kamp getuige te zijn. De tribune was nagenoeg geheel bezet, terwijl ook de overige rangen behoorlijk bevolkt waren. Al is de uitslag van de wedstrijd teleurstellend, financieel is in elk geval een succesje behaald.

T.H.O.R. heeft met de behaalde 1-0 overwinning meer gekregen dan feitelijk verdiend werd. Een gelijk spel was het minste wat Excelsior toekwam. Wel wisten de Rood-witten twee maal te scoren, maar beide doelspunten moesten worden geannuleerd, één maal wegens buitenspel en den volgenden keer viel Ludwig Jahn keeper De Wilde aan alvorens deze den bal in zijn bezit had. Tegen het niet toekennen van dit doelpunt is door Excelsior naderhand geprotesteerd. De Excelsior-voorhoede gaf nu niet direct kampioens-spel te zien, maar vergeleken bij de aanvalslinie van T.H.O.R. was het vertoonde spel nog altijd stukken beter. De beide vleugelspelers in den T.H.O.R.-aanval waren er geheel uit en gaven slechts sporadisch goed spel te zien. Smeets en ook de nieuwe aanwinst Harings waren hier nog de besten. De achterhoede van T.H.O.R. werkte behoorlijk. Bakhuys als spil, met Esser en Kingma als halfs wisten den Excelsior-aanval meestal in bedwang te houden. Van Emmerick en De Jong hielden hun gebied schoon, hoewel laatst genoemde speler enkele malen een gevaarlijke situatie schiep. Keeper De Wilde verdient een speciale vermelding vanwege een aantal keurige safes, die hij verrichtte.

Tetalepta, hoewel hard werkend, was bij Excelsior niet zo op de voorgrond tredend als anders. Oudkerk, Pool en Schalk waren beter als aanvulling der achterhoede dan in het steunen der voorhoede. De jeugdige Schalk kan een aardige speler worden Hij hoede zich echter voor te onstuimig spel. Het trio Huwae, Zeer en Hermanus weerde zich als van ouds. Aan het eenige gescoorde doelpunt viel weinig te doen.

Van beide ploegen was de verdediging sterker dan de voorhoede. Spannend is de strijd van begin tot het einde geweest. Voor de rust werd ook dikwijls vlot spel te zien gegeven. Jammer was het, dat na de rust steeds meer spelers zich in hun enthousiasme lieten meeslepen, waardoor het spel in sterke mate verruwd werd. Scheidsrechter Hoogewoud had zijn handen vol om het spel binnen de perken te houden. Hij zag zich kort na de rust genoodzaakt Cuno uit het veld te zenden wegens ongeoorloofd spel. Deze beslissing veroorzaakte nogal “deining” onder een deel van het publiek. Een gevolg was dat Excelsior tegen de complete “Dondergoden” moest verder spelen.

De tweede helft begint met een vinnigen aanval van T.H.O.R. Een tweetal overtredingen van L. Jahn en Smeets worden bestraft met een vrijen schop. Dan komen Smeets en Harings op Hermanus afstuiven. Smeets geeft een goeden pass naar Harings, een duel met den uitgeloopen keeper ontstaat,Haringskrijgt het leer wederom te pakken, doch schiet juist tegen den goalpaal. De tweede helft is dan juist 5 minuten oud. Een als voorzet bedoeld schot van Poirrie wordt door Hermannus gestopt. De strijd is buitengewoon spannend en het publiek leeft enthousaist mee. Een gejuich duikt plotseling op, als Excelsior een doelpunt scoort. Er is echter al wegens buitenspel gefloten. Het spel blijft zich uiterst vlug verplaatsen. Als T.H.O.R. weer eens gevaarlijk doorbreekt, plaatst Smeets zuiver naar den doorgelopen Harings,een korte ren en onhoudbaar voor Hermanus vliegt de bal in de touwen. Even wordt gestopt omdat Smeets gebleseerd is. Dan doet zich het incident Cuno-Smeets voor en wordt eerstgenoemde speler uit het veld gezonden. De gemoederen worden er hierna niet kalmer op en het verdere beeld van den strijd biedt weinig schoons.

Excelsior, dat met 10 man verder speelt houdt taai vol en is zelfs iets in de meerderheid. Na een half uur spelen scoort Excelsior een tweede doelpunt, dat echter wederom wordt geannuleerd. T.H.O.R. zet nog een paar gevaarlijke aanvallen op, maar resultaten leveren deze niet op. Excelsior doet ook nog enkele fanatieke pogingen, maar Fortuna wil niet meewerken en het einde komt met een geflatteerde T.H.O.R.-zege."

In Oranje

Het Nederlands-Indisch voetbalelftal vertegenwoordigde Nederlands-Indië op internationale wedstrijden van 1934 tot 1939. De grootste overwinning van de “Oranjehemden” werd behaald in een vriendschappelijke wedstrijd tegen China, in welke wedstrijd Willy minimaal vier van de acht doelpunten voor zijn rekening nam.In 1934 vond de Oosterse Olympiade (Far Eastern Olympic Games) plaats, waarvoor Willy meedong naar een plaats in de selectie. Uiteindelijk werd hij niet geselecteerd of bedankte hij voor deze eer. De selectiedagen vonden namelijk plaats op een dag na de sterfdag van zijn vader Jacobus op 4 april 1934.Willy kreeg een tweede kans toen een jaar later in 1935 het Internationale Kampioenschap in Manilla plaatsvond. Hij werd geselecteerd en voer met zijn ploeg af naar de Filipijnen. De spelers trainden op het dek van het schip en het werd hen verboden te roken en sterke drank te drinken. Oranje werd tweede op dit kampioenschap en het voetbalteam werd bij terugkomst in Soerabaja uitgebreid gehuldigd. Willy zou hierna nog enkele jaren uitkomen voor Oranje en is mogelijk de speler met de meeste “caps” en doelpunten.Het Nederlands-Indië voetbalelftal was in 1938 in Frankrijk het eerste Aziatische team op een Wereld Kampioenschap. Helaas was Willy toen al afgezwaaid. Na de dekolonisatie ging het team verder als het Indonesisch voetbalelftal.

DE KRAAIEN

Willy maakte in 1935 ook een overstap van T.H.O.R. naar H.B.S. H.B.S. was de meest succesvolle hoofdklasser. De afkorting H.B.S. stond voor Houdt Braaf Stand en in de volksmond werden zij de “Kraaien” genoemd omdat ze in het zwart speelden. Met deze club werd hij enkele keren kampioen. Willy zit met een bal in het midden.

De oude Indische Couranten staan vol met wedstrijdverslagen waar Willy in voorkomt. Het zou te ver gaan om deze allemaal aan te halen, maar hier zijn er drie die iets over hem als speler zeggen:

"(...) Een keihard schot van Harings dat een zeker doelpunt zou zijn geweest, werd door de paal gestopt. Niet lang daarna loste Harings een tweede kogel op het doel, die één der backs trachtte te stoppen. Hij ving het leer met het lichaam op met als gevolg dat het spel enige ogenblikken moest worden gestaakt om den onfortuinlijke bij te brengen. Blijkbaar had hij daarbij den bal met de hand aangeraakt, aangezien na de korte onderbreking Harings een penalty te nemen kreeg. Op sportieve wijze nam Harings van deze kans om een tegendoelpunt te scoren geen gebruik (...)"

"(...) De laatste aanvallen brengen het vurig begeerde en welverdiende succes. In de 34eminuut zetten Harings en Nasaroedin een aanval op. De linksbuiten geeft een goeden pass;Harings krijgt den bal, leidt met een eenvoudig trucje den rechtsback om den tuin en doelpunt met een laag schot langs den paal (...)"

Hij speelde zelfs tegen (een) Ajax:

"(...).dat de keeper van Ajax door het stoppen van een hard schot van Harings geblesseerd raakte, zodat hij moest worden vervangen. Eindelijk gelukte het de gastheeren een tegendoelpunt te maken, welk doelpunt bij een goed opgezetten aanval geboren werd uit een hard schot van Harings.Het spel verruwde hierna enigzins.Harings, die het met fair spel nu en dan zoo nauw niet neemt, liep op den Ajax-doelman in, hetgeen echter op minder oirbare wijze geschiedde, en één der backs van Ajax aanleiding gaf Harings te nemen. Het kleine incident werd gelukkig net bijtijds bijgelegd(...)"


Tweede Wereldoorlog

In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit in Europa tussen Nazi-Duitsland en Engeland en Frankrijk. In Oost-Azië sloot Japan zich bij de Nazi’s aan en het land dwong Frankrijk om Indochina af te staan. Als reactie hierop kwam er een boycot van staal en olie naar Japan. Voor Japan was dit een probleem omdat zij deze grondstoffen nodig hadden voor hun oorlogsindustrie en dus namen zij zich voor Oost-Azië te veroveren, waaronder Nederlands-Indië en haar olievelden.

In 1942 bereikte de Japanse vloot de kust van Java nadat zij de Nederlandse Marine op de Java Zee hadden verslagen. Willy’s 2e eskadron, dat onderdeel was van Groep Bandoeng, kreeg bevel om op te rukken naar Eretan Wetan (ten noord-westen van Cheribon) om de kustlijn te bewaken. Om daar te komen reden zij op het eerste bevel in het holst van de nacht naar het noorden. Zij maakten kamp in Kadanghaoer en stuurden direct vier pantserwagens op verkenning. Op slechts enkele kilometers van Eretan Wetan stuitten ze op een versterkte compagnie Jappen. De hele dag hielden zij vuurcontact tot de avond viel. De volgende dag werd het 2e eskadron ingezet voor een agressieve aanval op het bruggehoofd. Het is opmerkelijk dat een lichte verkenningseenheid, met hooguit acht stuks zwaardere 12,3 mm mitrailleurs, op deze wijze werd ingezet. Wederom boden de Jappen zeer veel weerstand en werd vuurcontact onderhouden tot zonsondergang. Het 4e bataljon liet het afweten na het aanzien van de gevechten tussen de cavalerie en de Jappen. Maar de volgende dag trokken het 2e en het 4e alsnog samen op. De dag begon met een zwaar bombardement op de Japanse stellingen. De bedoeling was dat de infanterie stand zou houden in het centrum en dat de cavalerie via een omtrekking de Japanners in de rug zou aantasten. Het verliep echter niet volgens plan omdat de infanterie, die optrok door de rijstvelden, zwaar onder vuur kwamen te liggen van de Japanse marineschepen. Zij kregen zoveel vuur dat zij de aftocht bliezen en als gevolg daarvan moest ook de cavalerie de aanval staken. Die avond vond er een nachtelijke Japanse aanval plaats op Kandanghaoer. De Jappen benaderden het kamp door de rivier met de bajonet voor. Omdat de Aussies te hulp schoten werden de Jappen net lang genoeg vertraagd om de voertuigen in veiligheid te brengen. Hierna vielen ze terug op Bandoeng. Java bleek uiteindelijk niet te verdedigen omdat de verdedigende troepen teveel moesten worden verspreid over het uitgestrekte eiland.

Op 8 maart 1942 capituleerde Nederlands-Indië. Als gevolg hiervan werden 41.000 Nederlandse soldaten geïnterneerd. Willy werd te werk gesteld om paarden af te rijden voor de Japanners. In die periode heeft hij veel aframmelingen ondergaan omdat de paarden niet lang genoeg werden afgereden. Ze werden dan met bamboe bewerkt als gevolg waarvan Willy blijvend letsel heeft overgehouden. Willy kwam met het 4e bataljon in het Tjimahi kamp voordat zijn eskadron eind 1943 in een geblindeerde trein naar Batavia werd vervoerd. Vanuit Batavia voeren zij met het schip de “Makassar Maru” door naar Singapore. De omstandigheden waren slecht aan boord. Het schip dat geschikt was voor een paar honderd mensen werd met 2.600 militairen gevuld. Urenlang stonden zij in de snikhete zon en de mannen die het niet hielden werden overboord gegooid. Tijdens de lange reis was er niets te eten. In Singapore werd Willy uit de groep gehaald omdat hij malaria had. De meeste manschappen vervolgden de reis naar Japan om daar in de kolenmijnen te werken onder erbarmelijke omstandigheden. Willy bleef achter in Singapore waar hij mocht werken als kok. Het bleek dat hij terugkerende malaria had opgelopen (malaria tertiana) en werd hiertegen pas na de oorlog geholpen.

Na de overgave van Japan verbleven de militairen nog een tijd in Beatrix en Changi kamp waar Willy zich direct nuttig maakte bij de militaire politie. Willy ontmoette zijn toekomstige vrouw Louise op één van de dansavonden in het kamp, die geregeld werden gehouden om de stemming goed te houden. Muziek van de Big Bands en Vera Lynn uit Engeland waren populair in die tijd. Louise was in Singapore met haar drie jonge kinderen Cherry, Gonda en Anna. Het gezin moest na de capitulatie van Japan vluchten voor de “pemoeda’s” die op Java genocide pleegden onder Nederlanders, Indo’s, Chinezen, Molukkers en andere sympathisanten van de Kroon. De Indonesische Revolutie was uitgebroken. Het gezin was tijdens de oorlog al geïnterneerdgeweest in burgerkampen. Willy zou Louises derde echtgenoot worden. Haar eerste echtgenootAdelbert Frans Velden, de vader van Cherry en Gonda overleed al jong aan pneumonie. John Beusker, haar tweede man en vader van Anna overleed eerder in een jappenkamp. In Cherry’s'The Java Sparrow. Memoirs of a Dutch Indies Man.'lezen we over de verschrikkingen van de oorlog.

TERUG NAAR JAVA

Willy en Louise trouwden in 1947 in Soerabaja. Het gezin was blij met zijn komst en noemden hem ‘Paps’. Willy nam Cherry vaak mee op jacht en moedigde hem aan om te sporten. Hij diende ook nog bij het KNIL. De revolutie was losgebarsten in Indonesië en dus moest Willy meteen weer aan het werk.

In eerste instantie was Willy korporaal bij het nieuw gevormde 4e eskadron vechtwagens. Het eskadron had een aantal Engelse voertuigen overgenomen en werd in Soerabaja gestationeerd. Na het vertrek van de Engelsen van Java was het de taak aan dit eskadron om orde en vrede in de stad en omgeving te houden. Het nam ook deel aan de eerste acties tegen de rebellen die in de omgeving van de sluis van Modjokerto waren verschanst. De rebellen hadden de sluis open gezet als gevolg waarvan de rijstvoorraad vernietigd werd en de bevolking in grote hongersnood verkeerde. Willy en zijn maten werden erop uitgestuurd om niet minder dan een paar honderd ton rijst veilig te stellen. Tijdens deze acties in maart 1947 trokken zij samen op met de mariniers en 2-5 en 2-10 regiment. Samen vormden zij de X-Brigade op Oost-Java. In juli volgen de zogenaamde “Politionele Acties” tegen o.m. Malang. De Nederlandse regering bezigde voornoemde term omdat er sprake was van opstand in hun land, anders dan oorlog tegen een andere (erkende) staat. Willy werd uitgezonden om reparaties te verrichten aan de voertuigen in lokale werkplaatsen en in het veld. Het eskadron werd in 1948 afgelost door de Huzaren van Boreel.

Willy kreeg eerst een poosje vakantie omdat hij sinds het uitbreken van de oorlog aaneengesloten in dienst was geweest. Hierna werd hij ingedeeld bij de Leger Technische Dienst (LTD) en bij de Hoofdwerkplaats LTD 83 in Soerabaja. De Hoofdwerkplaats diende voor de ingewikkelde reparaties die te velde niet konden worden verricht. Inmiddels was hij gepromoveerd tot sergeant. Heel lang heeft Willy hier echter niet gewerkt, want hij liet zich overplaatsen naar de dienst Militaire Lichamelijke Opvoeding (MLO) en de Landmacht Voetbal Organisatie (LVO). Hier was hij als sportman waarschijnlijk helemaal op zijn plek. De dienst viel onder het hoofdkwartier van de Oost-Javaanse X-Brigade die eveneens in Soerabaja was gevestigd. Willy heeft volgens de overleveringen ook nog gewerkt als foerier om de gezinnen van militairen in Soerabaja van rantsoenen te voorzien.


Repatriëring

Uiteindelijk bleek de situatie in Indië onhoudbaar. Alhoewel het leger na een tweede Politionele Actie feitelijk de macht op Java weer terug had gewonnen, werd Nederland door Amerika gedwongen om de kolonie te verlaten en de soevereiniteit over te dragen. Omdat Nederland na afloop van de Tweede Wereldoorlog economische steun (Marshallplan) kreeg van Amerika stemde de regering uiteindelijk met veel tegenzin in. ‘Repatriëring’ betekent terugkeer naar het vaderland. Het woord werd gebruikt voor de massale overtocht van Nederlands-Indiërs naar Nederland. Maar de meesten hadden het koude en natte “vaderland” nog nooit bezocht. Vlak voordat Willy gepromoveerd zou worden tot sergeant-majoor kreeg hij in 1950 het bevel om met zijn gezin naar Nederland te gaan. Het gezin mocht alleen een paar setjes kleding inpakken en andere zaken achterlaten. Na een vermoeiende reis per stoomschip kwam het gezin aan in Rotterdam, vanwaar zij naar Valkenburg reisden om tijdelijk in een hotel te gaan wonen. De eerste cultuurschok vond plaats toen zij in het restaurant werden bediend door een blanke man. In Nederlands-Indië kon zoiets niet. Vervolgens maakten ze kennis met ons klimaat. Want de winternacht die volgde was koud en de verwarming werkte niet. Het was niet allemaal kommer en kwel want er zijn ook goede herinneringen, zoals de eerste sneeuw- en ijspret. Uiteindelijk ging de familie in Zeist wonen.


Willy is nog enkele jaren in dienst geweest bij de Koninklijke Landmacht tot hij in 1955 met pensioen ging. Samen met Louise reisde hij hierna door heel Europa. Ze overwinterden maanden in Barcelona en bezochten Anna en haar echtgenoot, die kok was, in Zwitserland, Venezuela en op de Caribische Eilanden. Cherry Velden ging in dienst bij de Koninklijke Landmacht. Uiteindelijk werd hij sergeant-instructeur bij het Korps Commando Troepen. Hij emigreerde naar Californië met zijn gezin en zijn zussen en kreeg daar een baan als trainer bij Procter & Gamble.In 1978 emigreerden ook Willy en Louise naar Californië omdat ze dicht bij de kinderen wilden wonen. Willy's gezondheid werd namelijk slechter en in 1986 is hij op 74-jarige leeftijd in Sacramento overleden. De familie heeft Willy's as drie mijlen uit de kust van San Fransisco uitgestrooid. In 1993 overleed Louise.


Willy Harings (links) met het 15e bataljon infanterie op oefening op Java in 1929.


Met toestemming van de Stichting Familie Harings 2022